Wat is de invloed van een lichtstraat op het behalen van energielabel C?

Wat is de invloed van een lichtstraat op het behalen van energielabel C?

Een lichtstraat telt mee in de energieprestatieberekening van een bedrijfspand. De lichtstraat is onderdeel van de gebouwschil en beïnvloedt daardoor het warmteverlies. Een slecht geïsoleerde lichtstraat kan de energieprestatie merkbaar verlagen. Een goed geïsoleerde uitvoering kan juist bijdragen aan het behalen van energielabel C. Voor kantoorgebouwen vanaf 100 m² is minimaal energielabel C sinds 1 januari 2023 wettelijk verplicht.

Voor welke bedrijfspanden geldt de labelplicht?

De verplichting om minimaal energielabel C te hebben, geldt specifiek voor kantoorgebouwen van 100 m² of groter. Dit staat gelijk aan een maximale fossiele energiebehoefte van 225 kWh per m² per jaar, of een Energie-Index van minimaal 1,3. Voldoet een kantoorpand niet aan deze eis, dan mag het wettelijk niet meer als kantoor worden gebruikt.

Voor bedrijfshallen, loodsen en panden met een hoofdzakelijk industriële of logistieke functie geldt deze specifieke labelverplichting momenteel niet automatisch. Dat betekent echter niet dat de energieprestatie van deze gebouwen buiten beschouwing kan blijven.

Via de Europese richtlijn EPBD IV worden de eisen voor utiliteitsgebouwen breder aangescherpt. De slechtst presterende utiliteitsgebouwen moeten uiterlijk 1 januari 2030 minimaal energielabel D behalen. De definitieve eisen voor 2033 worden nog vastgesteld.

Bij bedrijfspanden met een gemengde functie, zoals een bedrijfshal met kantoorruimte, is het daarom verstandig rekening te houden met de energieprestatie van het volledige pand. Daaronder valt ook de kwaliteit van het dak en de aanwezige lichtstraat.

Hoe wordt het energielabel berekend en waar past een lichtstraat in?

Het energielabel wordt bepaald aan de hand van de energieprestatie van de gebouwschil en de aanwezige installaties. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om verwarming, koeling en ventilatie. De gebouwschil omvat alle onderdelen die het binnenklimaat van de buitenlucht scheiden, waaronder gevels, dak, ramen en lichtstraten.

Een lichtstraat is binnen deze berekening vergelijkbaar met een groot glasoppervlak in het dak. Net als bij ramen speelt de isolatiewaarde een belangrijke rol. Deze wordt uitgedrukt in de U-waarde. Hoe lager deze waarde is, hoe beter het onderdeel isoleert en hoe minder warmte via het oppervlak verloren gaat.

Lichtstraten kunnen een aanzienlijk deel van het dakoppervlak innemen. Dat komt vooral voor bij bedrijfshallen waar veel daglicht gewenst is. Hierdoor kan de isolatiewaarde van een lichtstraat relatief veel invloed hebben op de totale energieprestatie van het gebouw.

Waarom is een lichtstraat vaak de zwakke schakel?

Bij veel bedrijfspanden zijn de gevels en het overige dakoppervlak in de loop der jaren beter geïsoleerd. De oorspronkelijke lichtstraat is daarbij niet altijd vervangen. Vooral oudere lichtstraten met enkelwandige of verouderde beplating hebben vaak een aanzienlijk hogere U-waarde dan de overige gebouwschil.

Daardoor kan een verder goed geïsoleerd pand alsnog moeite hebben om aan de eisen voor energielabel C te voldoen. De lichtstraat laat dan verhoudingsgewijs veel warmte door en beïnvloedt daarmee de totale energieprestatie.

Dit risico wordt in de praktijk gemakkelijk over het hoofd gezien. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in gevelisolatie of nieuwe installaties, terwijl de lichtstraat een belangrijke bron van warmteverlies blijft. Bij de energieprestatieberekening kan vervolgens blijken dat het pand hierdoor net niet aan de vereiste norm voldoet.

Welke verbeteringen aan een lichtstraat beïnvloeden de energieprestatie?

Moderne lichtstraten met meerwandige polycarbonaat beplating kunnen isolatiewaarden bereiken van ongeveer 1,2 W/m²K. Dat is vergelijkbaar met HR++ beglazing. Oudere lichtstraten hebben vaak een U-waarde boven 3,0 W/m²K. Het verschil in isolatiewaarde kan daardoor aanzienlijk zijn.

Een verbetering van deze isolatiewaarde telt direct mee in de energieprestatieberekening van het pand. Hoe groot het uiteindelijke effect op het energielabel is, hangt samen met de totale gebouwschil en de overige onderdelen die in de berekening worden meegenomen.

Ook zonwering speelt een rol in de energiehuishouding. Het effect daarvan zit vooral in het beperken van oververhitting en de benodigde koeling. De invloed op het winterse warmteverlies is minder direct.

Bij bedrijfshallen waar zowel winterse stookkosten als zomerse koelbehoefte belangrijk zijn, is de combinatie van isolatie en warmtewering daarom relevant. Niet ieder effect vertaalt zich echter één-op-één naar het uiteindelijke energielabel.

Tijdlijn van de aangescherpte eisen

De regelgeving voor energielabels van bedrijfspanden wordt stapsgewijs aangescherpt. De belangrijkste genoemde momenten lopen van de bestaande label C-verplichting voor kantoren tot bredere Europese eisen voor utiliteitsgebouwen.

Sinds 1 januari 2023 moeten kantoorgebouwen vanaf 100 m² minimaal energielabel C hebben. Op 29 mei 2026 wordt het eerste deel van EPBD IV van kracht, met onder meer een nieuw energielabelontwerp en een labelplicht voor monumenten bij verkoop of verhuur.

Vanaf 1 januari 2030 moeten de slechtst presterende utiliteitsgebouwen minimaal energielabel D behalen. Voor 2033 worden de definitieve minimumeisen voor utiliteitsgebouwen nog vastgesteld.

Deze ontwikkeling maakt de energieprestatie van de volledige gebouwschil steeds relevanter. Een bestaande lichtstraat kan daarbij een belangrijk onderdeel zijn, vooral wanneer deze duidelijk slechter isoleert dan het overige dak.

Wat betekent dit voor huurders van een bedrijfspand?

Voor huurders ligt de situatie anders dan voor eigenaren. De formele verantwoordelijkheid voor het behalen van energielabel C ligt bij de eigenaar van het pand. De gevolgen van een slecht presterende lichtstraat worden echter ook door de gebruiker ervaren.

Een onvoldoende geïsoleerde lichtstraat kan bijvoorbeeld leiden tot hogere stookkosten, tocht en een minder aangenaam binnenklimaat. Hierdoor kan een spanningsveld ontstaan: de eigenaar betaalt de investering, terwijl de huurder profiteert van lagere energiekosten en een comfortabeler gebouw.

Voor huurders is het daarom zinvol om bij een huurovereenkomst of verlenging te controleren welk energielabel het pand heeft. Ook kan worden nagevraagd of er concrete plannen bestaan om de gebouwschil en de lichtstraat te verbeteren.

Na oplevering van een ingrijpende renovatie moet een geldig energielabel beschikbaar zijn. Bij een huurverlenging moet dit label eveneens met de huurder worden gedeeld.

Hoe weet u of uw lichtstraat de energieprestatie beperkt?

Aan de buitenkant is niet altijd vast te stellen of een lichtstraat voorkomt dat een pand energielabel C behaalt. De leeftijd en uitvoering kunnen wel een eerste indicatie geven.

Lichtstraten die ouder zijn dan vijftien tot twintig jaar, hebben vaak enkelwandige of verouderde beplating. De U-waarde daarvan kan aanzienlijk hoger liggen dan bij moderne uitvoeringen. Ook zichtbare condensvorming aan de binnenzijde tijdens de winter kan wijzen op onvoldoende isolatie.

De betrouwbaarste beoordeling volgt uit een energieprestatieberekening (EPA-U) door een erkend adviseur. Daarbij wordt de gebouwschil als geheel doorgerekend. De berekening maakt inzichtelijk welk aandeel de lichtstraat heeft in het totale warmteverlies.

Daarmee kan ook worden bepaald of aanpassing van alleen de lichtstraat voldoende is om het benodigde label te behalen. Wanneer dat niet het geval is, kunnen aanvullende maatregelen aan andere delen van het pand noodzakelijk zijn.

Belangrijke data en eisen

De belangrijkste data uit de regelgeving maken duidelijk dat de eisen zich niet uitsluitend op de huidige label C-plicht richten:

  • 1 januari 2023: kantoorgebouwen vanaf 100 m² moeten minimaal energielabel C hebben.
  • 29 mei 2026: het eerste deel van EPBD IV wordt van kracht – met een nieuw energielabelontwerp en een labelplicht voor monumenten bij verkoop of verhuur.
  • 1 januari 2030: de slechtst presterende utiliteitsgebouwen moeten minimaal energielabel D behalen.
  • 2033: de definitieve minimumeisen voor utiliteitsgebouwen worden nog vastgesteld.

Voor eigenaren en gebruikers betekent deze ontwikkeling dat de energieprestatie van de gebouwschil steeds belangrijker wordt. De lichtstraat hoort daarbij als volwaardig onderdeel van het dak.

Kortom

Een lichtstraat is onderdeel van de gebouwschil en telt daarom mee in de energieprestatieberekening van een bedrijfspand. Voor kantoorgebouwen vanaf 100 m² is minimaal energielabel C sinds 2023 verplicht. Een slecht geïsoleerde lichtstraat kan eraan bijdragen dat een pand deze norm net niet behaalt.

Voor bedrijfshallen en loodsen geldt deze specifieke verplichting momenteel niet rechtstreeks. Door de bredere EPBD IV-regelgeving krijgen ook andere utiliteitsgebouwen de komende jaren met strengere energie-eisen te maken.

Een betere isolatiewaarde van de lichtstraat kan het warmteverlies beperken en de energieprestatie verbeteren. Hoe groot het effect op het uiteindelijke energielabel is, moet blijken uit de energieprestatieberekening van het gehele gebouw.

Voor eigenaren en gebruikers is het daarom relevant om een lichtstraat niet als losstaand dakonderdeel te beoordelen. De isolatiekwaliteit ervan moet worden meegenomen als onderdeel van de totale energieprestatie van het bedrijfspand.